CATALAANSE LESSEN VOOR VLAANDEREN

Column door Chris Janssens

Dat Catalonië vandaag zo ver staat, is natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen.

De verkiezingen in Catalonië zijn uitgedraaid op een overwinning voor de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Daar heeft die beweging de voorbije jaren hard aan gewerkt. Zij heeft gezocht naar een juiste strategie, heeft die strategie planmatig toegepast en die is nu met succes bekroond.

Dat Catalonië vandaag zo ver staat, is geen toeval. Er bestaat om te beginnen al heel lang een zelfstandigheidstendens in Catalonië, zeg maar – naar analogie met de Vlaamse Beweging – een Catalaanse Beweging.

Het bijzondere aan de Catalaanse Beweging is evenwel dat zij erin geslaagd is om brede steun te verwerven bij de Catalaanse elites. Het gros van de Catalaanse media steunt de zelfstandigheidsbeweging. Het Catalaanse middenveld – of het nu gaat om de culturele wereld, de sociale organisaties of iconen van voetbalclub FC Barcelona – kiest doorgaans eveneens partij voor het recht op zelfstandigheid. Minstens even belangrijk is evenwel dat ook het partijpolitieke veld gewonnen werd voor de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd.

Het lijdt geen twijfel dat de steun die bij de politieke, sociale, culturele en economische elites werd verworven de onafhankelijkheidsbeweging een onweerstaanbare ‘boost’ heeft gegeven. Neem daarbij nog dat de Spaanse overheid tegenover de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging te keer is gegaan als een olifant in een porseleinwinkel en steevast de confrontatie heeft opgezocht.

Elites

Catalonië is overigens niet de enige natie die deze succesformule heeft toegepast. Ook in Schotland konden we de voorbije jaren zien hoe een onafhankelijkheidsbeweging vleugels had gekregen door een samengaan van de basisbeweging met de elites van de Schotse natie (ook al was er een nipt verlies voor de onafhankelijkheidsbeweging tijdens het eerste referendum daarover vorig jaar).

Het contrast met de situatie in België is in alle geval groot. Zoals alle enquêtes aantonen is er in de schoot van het Vlaamse volk een basissegment aanwezig dat varieert tussen 10% en 20% dat voluit kiest voor Vlaamse onafhankelijkheid en in tijden van communautaire spanningen bijwijlen flink kan uitlopen tot tegen de 30 of zelfs 40%. Een dergelijke vertrekbasis deed zich aanvankelijk ook in Catalonië en Schotland voor. Maar in tegenstelling tot deze twee naties, wordt de Vlaamse basisbeweging niet ondersteund door de Vlaamse elites.

Bij de Vlaamse politieke partijen zag het er theoretisch een tijdje goed uit, vermits vier van de zes Vlaamse partijen onafhankelijkheid of confederalisme in hun statuten of partijprogramma hadden staan. Inmiddels is evenwel gebleken dat dit voor drie partijen niet veel meer dan wat praat voor de vaak heeft betekend. Meer zelfs, de N-VA tokkelt in de federale regering lustig de Belgische trommel. In het verlengde daarvan wordt ook de Vlaamse regering, die een motor zou kunnen en moeten zijn voor het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, onder leiding van diezelfde partij op dat vlak volledig lamgelegd. Als klap op de vuurpijl wordt dit alles door de grootste Vlaamse partij dan nog verantwoord met het excuus dat er momenteel geen… draagvlak is voor Vlaamse onafhankelijkheid!

Maar zo werkt het natuurlijk niet, zoals ons de Catalaanse en Schotse voorbeelden tonen. Een draagvlak komt niet vanzelf. Dat alle N-VA’ers die zo graag flirten met buitenlandse onafhankelijkheidsbewegingen en zelfs mee in hun marsen opstappen, er in het eigen Vlaamse land eindelijk eens toe beslissen om mee de hand aan de ploeg slaan. Want ook de Vlaming verdient soevereiniteit, vrijheid en zelfbestuur.