Geen federale subsidies voor Vlaamse KMO-projecten

De minister van KMO’s, Willy Borsus (MR), beschikt in 2015 over een subsidiepot van 227.000 euro waarmee projecten kunnen worden betoelaagd ter bevordering van de KMO’s. Een flink deel van dat geld is al toegezegd. En wat blijkt? Van de 37 gesubsidieerde projecten zijn er 36 Franstalig. Barbara Pas voelde de minister hierover in commissie aan de tand en diende in de voltallige Kamer een voorstel in om ter zake een verhoudingsgewijs billijkere spreiding over de gewesten na te streven. Dit laatste werd door de meerderheid, inclusief N-VA, weggestemd. Want deze regering heeft, zoals u weet, het communautaire voor 5 jaar in de diepvriezer gestoken. Ook al heeft dat zeer communautair geladen gevolgen…

COMMISSIE VOOR HET BEDRIJFSLEVEN, HET WETENSCHAPSBELEID, HET ONDERWIJS, DE NATIONALE WETENSCHAPPELIJKE EN CULTURELE INSTELLING

01 Interpellatie van mevrouw Barbara Pas tot de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie over “de nagenoeg totale afwezigheid van Vlaamse initiatieven in het kader van de verdeling van de toelagen aan organismen, instellingen en personen die zich met de bevordering van kmo’s en de bescherming van de zelfstandige bezighouden op nationaal of internationaal vlak” (nr. 64)

01.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, u hebt dit jaar een budget van 227 000 euro ter beschikking, dat u mag toekennen aan organismen, instellingen en personen die zich met de bevordering van kmo’s en de bescherming van de zelfstandigen bezighouden, op nationaal of internationaal vlak. Ik heb deze interpellatie al in augustus ingediend. Misschien is de situatie ondertussen veranderd, want wij zijn al enkele maanden verder, maar in augustus antwoordde u op een schriftelijke vraag dat er al 130 000 euro van uw jaarbudget besteed was aan 37 verschillende projecten. U hebt die ook opgelijst. Het is zeer opvallend dat van die 37 projecten er 36 Franstalig zijn. Er was welgeteld één Nederlandstalig project bij.

Uit de recentste gegevens waarover wij kunnen beschikken, blijkt nochtans dat bijna 58 % van de kmo’s in het Vlaamse Gewest gevestigd is, nog geen 30 % in het Waalse Gewest en 13,5 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het meest opmerkelijke is nog dat u, als slot van uw antwoord op die schriftelijke vraag, letterlijk het volgende zei: “Hoewel het geografische criterium niet op de lijst van de toekenningscriteria staat, blijkt uit een eerste tussentijds overzicht, uitgevoerd in mei, dat de verdeling op dat punt billijk was.” Ik ben zeer benieuwd naar uw interpretatie van het woord “billijk”, want als ik de cijfers bekijk, blijkt uit de toekenning van de subsidies een forse scheeftrekking, zelfs als men er rekening mee houdt dat tot nu toe slechts een deel van de subsidies werd toegekend en dat een deel nog moet worden verdeeld. Meer dan de helft werd reeds toegekend.

Uit het lijstje kan ik niet anders dan interpreteren dat er een duidelijk communautair beleid in terug te vinden is, waarin u het zuiden van het land duidelijk bevoordeelt.

Mijnheer de minister, ik heb een aantal concrete vragen.

De subsidies worden op basis van aanvragen toegekend. Welke ruchtbaarheid werd gegeven aan het bestaan van die projecttoelage in het Nederlandstalige en het Franstalige landsgedeelte?

Hoeveel aanvragen hebt u binnengekregen van Nederlandstalige en Franstalige projectaanvragen voor het budget van het begrotingsjaar 2015?

Wat is uw verklaring voor het feit dat 36 van de 37 projecten Franstalig zijn? Dat was althans de stand van zaken op 26 juni. Mijn interpellatie is al enige tijd ingediend. Welke bedrag gaat naar het ene Nederlandstalige project? Het is zelfs een Belgisch project, als ik de inhoudomschrijving lees.

Welke criteria worden er voor de goedkeuring van de projecten gebruikt? Waaraan moet men voldoen om hiervoor in aanmerking te komen?

Ik begrijp dat het niet altijd de hele grote bedragen zijn. Het gaat van 1 000 euro tot 35 000 euro. Dat geeft een gemiddeld bedrag van 3 516 euro.

Elke euro die u uitgeeft in deze moet verantwoord zijn. Ik vraag mij af aan welke criteria men moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen?

Mijnheer de minister, wij zijn ondertussen al enkele maanden verder. Wat is de actuele stand van zaken? Hoeveel projecten zijn er momenteel goedgekeurd en wat is daarvan de taalkundige verdeling op dit moment? Is de amper 3 % die aan Vlaamse projecten werd toegekend al in de juiste richting rechtgetrokken? Hoeveel van de momenteel toegekende toelagen gaan naar respectievelijk Nederlandstalige en Franstalige projecten?

 

01.02 Minister Willy Borsus: Er werd geen publiciteitscampagne georganiseerd, in Vlaanderen, in Wallonië, noch in Brussel. Deze basisallocatie wordt door de FOD Economie beheerd. Het feit dat er geen publiciteit wordt gemaakt rond het bestaan van de projecttoelage, heeft te maken met het beperkt karakter van de enveloppe die mij werd toegekend.

Ook heeft de FOD Economie mij geen enkele vraag in die zin gesteld.

Voor het jaar 2015 heeft mijn kabinet 2 aanvragen in het Nederlands ontvangen en 102 in het Frans. Daarvan werden 1 aanvraag in het Nederlands en 68 aanvragen in het Frans aanvaard.

Het beperkte aantal aanvragen van Nederlandstalige projecten is het rechtstreekse gevolg van het aantal ingediende aanvragen in het Nederlands. Het is mijn taak om de toelage voor de aanvragen te analyseren en om die eventueel toe te kennen, enkel op basis van de ingediende dossiers. Ik heb dus maar 2 dossiers in het Nederlands gekregen.

Het Nederlandstalig project heeft een toelage ontvangen van 2 500 euro voor een gevraagd bedrag van 3 000 euro. Over het algemeen wordt zeer zelden de som van de aanvraag toegekend, rekening houdend met de beperktheid van de budgettaire marges.

Ik herinner er bovendien aan dat in het kader van de begrotingsbesparingen, besloten door de regering, inspanningen moeten worden geleverd op talrijke vlakken. De facultatieve toelagen die mijn departement kan toekennen, ontsnappen daar dan ook niet aan. Het bedrag van die basisallocatie kan helemaal niet vergeleken worden met de middelen die de Gewesten ter beschikking hebben in het kader van de toelagen die zij toekennen. Het bedrag waarover ik beschik, bedraagt 220 000 euro in 2015, terwijl het in 2014 nog ging om 280 000 euro. Het gaat dus om een daling met bijna 20 % in vergelijking met het bedrag van vorig jaar.

Inzake de toegepaste criteria die een volledige objectiviteit mogelijk maken bij de analyse van de aanvragen, worden enkel de dossiers in aanmerking genomen die volledig beantwoorden aan de titel van het door de administratie geformuleerd begrotingsartikel, te weten: “Toelagen aan organismen, instellingen en personen die zich met de bevordering van kmo’s en de bescherming van de zelfstandigen bezighouden.”

Het moet dus gaan om instellingen – niet de overheid, alleen instellingen of individuen – die zich bezighouden met de bevordering van de kmo’s en hun bescherming op nationaal niveau. Bovendien wil ik preciseren dat ik enkel een toelage kan toekennen op voorwaarde dat deze nodig is voor het evenwicht van de rekening van de gesubsidieerde organisatie en dus voor de financiële stabiliteit ervan.

Wat uw vijfde en zesde vraag betreft, ik zal overleggen met mijn administratie om te bekijken of een promotiecampagne nuttig is. Dit gezegd zijnde vestig ik uw aandacht op het bedrag dat ik ter beschikking heb. Het bedrag is waarschijnlijk veel lager dan de kosten van een publiciteitscampagne.

 

01.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord maar ik heb enkele bemerkingen.

U wijst erop dat u een beperkt budget hebt en dat klopt. Dat neemt echter niet weg dat het billijk moet worden verdeeld. Het feit dat u slechts 2 aanvragen krijgt van Nederlandstalige kant bevestigt alleen wat in Vlaanderen al bekend is, dat u in Vlaanderen een vrij onbekend minister bent en dat hier wel degelijk meer ruchtbaarheid aan gegeven zou mogen worden. Een publiciteitscampagne hoeft niet veel geld te kosten. Er zijn staatssecretarissen die ook hun toevlucht nemen tot de sociale media. Er zijn heel goedkope middelen om zeer gericht de kmo’s, waarvan 60 % in Vlaanderen gesitueerd is, te bereiken.

Mijnheer de voorzitter, ik zal een motie van aanbeveling in die zin indienen. Men hoeft geen extra communautaire scheeftrekkingen te creëren, er bestaan er immers al voldoende. Ik weet dat men in deze regering de afspraak heeft om niet te spreken over communautaire zaken en de communautaire vrede te bewaren, maar in de praktijk maakt u door zulke zaken de scheeftrekkingen nog groter dan ze al zijn. Vandaar onze motie van aanbeveling, mijnheer de voorzitter, met de vraag om die scheeftrekking recht te trekken. Door er meer ruchtbaarheid aan te geven zullen er tenminste ook aanvragen van Vlaamse kant komen.

 

Moties

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt:

“De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas

en het antwoord van de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie,

– overwegende dat op datum van 26 juni 2015 97 % van de betoelaagde initiatieven via de begrotingspost ‘toelagen aan organismen, instellingen en personen die zich met de bevordering van KMO’s en de bescherming van de zelfstandige bezighouden op nationaal of internationaal vlak’ Franstalig waren en slechts 3 % Nederlandstalig;

– overwegende dat 57,6 % van de KMO’s in dit land in het Vlaamse Gewest gevestigd zijn, 28,9 % in het Waalse Gewest en 13,5 % in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

– overwegende dat hieruit blijkt dat er een flagrante scheeftrekking bestaat wat betreft het verlenen van federale toelagen aan initiatieven ter bevordering van de KMO’s;

vraagt de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie alle maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat nog voor het begrotingsjaar 2015 deze toelagen verhoudingsgewijs billijk over de Gewesten worden verdeeld.”